![]() |
|
![]() |
|
|
Natuurpark LelystadEven ten zuiden van Lelystad, hoofdstad van de provincie Flevoland, ligt het Natuurpark Lelystad. Het park is 500 ha groot. In dit uitgestrekte gebied kan de fietser of wandelaar vele Eur-aziatische wilde zoogdieren en watervogels zien in een zo natuurlijk mogelijk omgeving. Te zien zijn o.a. rendieren, elanden, Pater David herten, wisenten, otters, bevers, kraanvogels en Przewalski-paarden. Het Natuurpark herbergt een prehistorisch dorp. Er is een interessant informatie centrum met een café-restaurant en groot terras aan het water. De toegang tot het park is gratis. Informatie en excursie - afspraken: Natuurpark Lelystad (Meerkoetenweg), Telefoon: 0320 - 253643 of zie Het Flevo-landschap. De Przewalski-paarden in Natuurpark LelystadHet gebied waar de Przewalski-paarden lopen is 40 ha groot. De vlakke grazige weiden worden doorbroken door heuvels en stukken bos. Overal zijn kleine waterpartijen waar de paarden kunnen drinken. 's Zomers wentelen ze zich in het water. Er is genoeg voedsel, bijvoer is niet nodig. In 1980 werd de eerste groep Przewalski-paarden daar vrijgelaten.
Jonge Przewalski-paarden kregen in Lelystad de kans elkaar te leren kennen en zich te ontwikkelen tot een hechte groep voor ze naar het bergsteppe reservaat Hustain Nuruu vertrokken. Toezicht
Als de opzichter zich zorgen maakte over de conditie of over de gezondheid van een Przewalski-paard, dan belde hij de Stichting. Na overleg werd besloten of de dierenarts opgeroepen moest worden. Het ingrijpen van de dierenarts was gelukkig niet vaak nodig, want dit gaat met erg veel stress gepaard. Przewalski-paarden zijn niet te hanteren. Ze moeten verdoofd worden om in te kunnen grijpen. Het verdoven kan alleen op afstand met een verdovingsgeweer. Het neerleggen van een Przewalski-paard brengt veel risico's met zich mee. Het duurt namelijk een paar minuten voor het paard verdoofd neervalt. In zo'n toestand zoekt het naar lage punten in het terrein. Het verdoven kan dus het beste in de kraal gebeuren. De hoeven slijten geleidelijk en vanzelf af. Heel soms moeten ze gekapt worden. Verschillen in het afslijten van de hoeven kan bepaald zijn door aanleg, maar ook door weersomstandigheden. Als er een goede afwisseling is van droog en nat weer slijten ze eerder. In 2001 is de toen nog aanwezige fokgroep Przewalski-paarden aan het Park overgedragen. De Stichting had voldoende nakomelingen van deze groep naar Mongolië gevlogen en stopte met de fokkerij. |
|||||||||