|
|
Wat zijn de uiterlijke kenmerken van het Przewalski paard?
Het Przewalskipaard is met zijn 1,24 m. tot 1,44 m. ongeveer zo groot als een flinke pony. De geringe schofthoogte, alsmede de lichte welving op het kruis geven hem van opzij een wat gedrongen aanzien. Het naar verhouding grote ponyachtige hoofd contrasteert met de rest van het lijf.
 De zwartomrande oren wijzen naar binnen, de muil heeft de kleur van meel, evenals de ringen die de hoog in het hoofd geplante donkere, heldere ogen omkransen. Neusgat en lippen zijn donkergrijs.
De vacht is lichtbruin tot zandkleurig, al komt er af en toe bij sommige dieren een roodachtige voskleur voor. De buik is lichter van kleur. Vanaf de donkerbruine tot zwarte altijd opstaande manen loopt er tot aan de donkere staart een kenmerkende donkere lijn, de aalstreep. De aalstreep loopt door in de staart, die van boven een ezelachtige vorm heeft, De korte licht gekleurde borstelharen liggen op de lange zwarte staartharen. De benen zijn zwart of donkerbruin en vertonen vaak zebrastrepen. Net als alle andere paardachtigen heeft ook het Przewalskipaard eeltachtige zwilwratten: zowel aan de binnenkant van ieder achterbeen onder het spronggewricht, als aan de voorbenen boven de knie.
In de herfst begint de eigenlijke rui; lange haren vervangen de dunne zomervacht. Tegen het uitbreken van de winter verschijnt er op wang en keel een dikke baard en vormen zich aan de verdikkingen boven de hoeven van de voorbenen, de vetlokken, lange kwastjes haar. Aan de staartwortel ontstaat een waaier van haren, waarmee het dier zich, gekeerd naar de wind, afschermt tegen sneeuwstormen en de winterse kou.
|
|