![]() |
|
![]() |
|
|
De achtergrond van de projectenDe steppen van MongoliëMongolië is een heel groot land. Verondersteld wordt dat het de rijkste schat aan onontwikkelde natuurlijke bronnen bezit. Bovendien is het een zeer dunbevolkt land: een kwart van de slechts 2,2 miljoen zielen tellende bevolking leeft in de hoofdstad Ulaanbaatar. De overige bevolking leeft verspreid over een beperkt aantal steden en dorpen. Het merendeel van hen is nomade, die al naar gelang het seizoen met hun families en vee van het ene weidegebied naar het andere trekken.
Successievelijk zijn de voor het steppe-ecosysteem zo belangrijke wilde grazers, zoals het wilde schaap, de wilde geit, de gazelle en het wilde paard, verdrongen door hun gedomesticeerde soortgenoten. Het wilde paard stierf er zelfs in het geheel uit. Het Przewalskipaard, de enig overgebleven wilde voorouder van het huispaard: een bedreigde diersoortIn 1968 zijn de laatste, in het wild levende Przewalskipaarden gezien. Dat was in het zuidwesten van Mongolië bij de grens met China in de Tachyn Schar Nuruu. Dit was het laatste toevluchtsoord van een diersoort, dat zich eens verspreidde over de gehele Euraziatische steppebelt. Zeker is dat er nu in de vrije natuur geen Przewalskipaarden meer voorkomen. Rond het jaar 1900 zijn er een aantal Przewalskipaarden in het wild gevangen. Drieënvijftig van deze dieren zijn terechtgekomen in dierentuinen en particuliere parken en menagerieën. Thans bestaat de wereldpopulatie in gevangenschap levende Przewalskipaarden uit zo'n 1600 dieren, waarvan de afstamming slechts tot een dertiental in het wild gevangen voorouders herleid kan worden. Dit heeft zonder de introductie van nieuw bloed een dertien tot vijftien generaties voort kunnen duren. Generatieslang in gevangenschap: de gevolgen en problemen bij het herintroduceren in het wildLangdurige gevangenschap veroorzaakt bij oorspronkelijk wilde dieren een grote inbreuk op het natuurlijke sociale leven; de effecten van sluipende domesticatie openbaren zich ondubbelzinnig. Aangezien er generaties lang met Przewalskipaarden in gevangenschap is doorgefokt, zal uit hetgeen hierboven staat duidelijk zijn dat herintroductie in het wild bepaald geen gemakkelijk uit te voeren zaak is. De Stichting Reservaten Przewalski Paard (FRPH) heeft daarom vanaf 1980 in Nederland en in Duitsland zes semi-reservaten ingericht van elk dertig tot 256 hectare groot. De daar ondergebrachte groepen Przewalskipaarden kregen de kans om onder min of meer natuurlijke omstandigheden in sociale groepen te leven. Deze fokgroepen vormden samen een reservoir wilde paarden waarvan het nageslacht een grote kans van slagen heeft om duurzaam in Mongolië stand te houden. De nakomelingen van de afzonderlijke fokgroepen in de semi-reservaten kenmerken zich door een laag inteeltcoëfficiënt en door een brede, genetische onderlinge verscheidenheid. Herintroductie, habitatselectie en haalbaarheidstudiesIn 1988 onderzochten de gezamenlijke Russisch-Mongoolse Biologische Expedities vijftien gebieden in Centraal Azië en Mongolië op hun geschiktheid als mogelijk gebied voor de herintroductie van Przewalskipaarden in het wild. Spoedig bleek dat de ongerepte steppen van Centraal Azië tot de meest bedreigde biotopen van de regio behoorden. Uiteindelijk werd het bergsteppegebied Hustain Nuruu, 110 kilometer ten zuidwesten van de Mongoolse hoofdstad, het meest geschikt bevonden voor de herintroductie van en de opbouw van een in het wild levende populatie Przewalskipaarden. Hustain Nuruu heeft al een lange geschiedenis als beschermd gebied achter zich; eerst als particulier jachtterrein van de laatste Khan en later als weidereservaat ten behoeve van de plaatselijke bevolking. De Przewalskipaarden keren terug naar MongoliëIn 1990 sloten de Mongoolse Associatie voor Natuurbehoud en Milieu, de Stichting Reservaten Przewalski Paard (FRPH), de gouverneur van de Centrale Provincie (Aimak), eigenaar van Hustain Nuruu, en nog een paar organisaties een samenwerkingsverband. Op 2 maart 1991 werd het project door het Mongoolse parlement gefiatteerd. Ook het Mongoolse volk zelf verheugde zich op de wederkomst van hun "takh", zoals het wilde paard in de landstaal wordt genoemd. Toen op 5 juli 1992 het vliegtuig met aan boord de eerste groep van zestien in de Europese semi-reservaten geboren Przewalskipaarden landde in Ulaanbaatar bereidden honderden aanwezigen hen een hartelijk welkom voor. De FRPH en MACNE zijn samen verantwoordelijk voor de uitvoering van een tweetal projecten: Het opbouwen van een populatie in vrijheid levende Przewalskipaarden komt niet alleen ten goede aan het behoud van deze bedreigde diersoort, maar is tevens een geweldige stimulans voor het herstel van de oorspronkelijke biodiversiteit van de steppe. In november 1993 kende het parlement Hustain Nuruu de reservaatsstatus toe, en in 1997 werd de status verhoogd tot die van Nationaal Park. Stukje bij beetje kwam er een wet- en regelgeving tot stand die de bescherming van flora en fauna moet waarborgen. In de lente van 1994 namen de volksvertegenwoordigers deze wet aan. Er zijn geen vaste nederzettingen in het gebied. De nomaden en hun vee gebruikten het gebied wel voor seizoen begrazing. Nadat het een officieel beschermd gebied werd voor de Przewalski paarden moesten ze het 50.000 hectare grote gebied geleidelijk verlaten. Jacht en stroperij zijn nadrukkelijk verboden. Er verblijft nu geen vee meer in het Nationaal Park. Slechts in een periode van groot watertekort, zoals die zich bij voorbeeld voordoet als de eerste sneeuwval langdurig uitblijft, is het de nomaden toegestaan hun vee te weiden en te drenken in de daartoe aangewezen sectoren van het Nationale Park. |
|||||||||||||||||