Stichting tot Behoud en ter Bescherming van het Przewalski Paard
Home
paarden

Heeft de Stichting genoeg Przewalski-paarden gestuurd?

Het eerste transport vond plaats in 1992. Daarna volgden er nog vier transporten waarbij in totaal 84 Przewalski-paarden in Hustai aankwamen. Vijf transporten waren nodig om in korte tijd een stevige basispopulatie op te kunnen bouwen.

Bescherming tegen insecten door de windInmiddels weten we, dat voor de nieuwkomers het eerste jaar na aankomst het zwaarst is. Twee-entwintig procent van de paarden sterft binnen een jaar na aankomst. De stress van het transport, de aanpassingen aan een onbekende omgeving, aan een hard en grillig klimaat en het wennen aan een nieuwe groep eisen een zware tol. Als ze het eerste jaar goed doorstaan hebben, is de kans dat ze het op eigen kracht zullen redden groter.

71% van de huidige 150 Przewalski-paarden is in het wild geboren; een goed teken. De in het wild geboren takhi (zoals de Mongolen hun wilde paarden noemen) zijn beter aangepast aan het harde leefklimaat dan hun ouders.

De vruchtbaarheid is goed. Van alle merries die 3 jaar en ouder zijn krijgt in 2003 84% een veulen. Als we kijken naar de gemiddelde sterfte van de veulens vanaf 1993 tot en met 2000 dan is dat 31%. In 2001 en 2002 liep het sterftepercentage terug tot 25% en 22%.

Met slechts 1,5% over dezelfde periode is de sterfte onder de jaarlingen het kleinst. Hengsten, die ouder zijn dan 2 jaar hebben het zwaarder te verduren, dan merries van die leeftijdsgroep. Hun sterfte is gemiddeld 8,7%, die van de merries 7,2%. De competitie tussen de vrijgezelle hengsten onderling en die tussen de haremhengsten en vrijgezellen vraagt niet alleen veel energie, maar leidt ook tot verwondingen. In geval van ontstekingen is de kans op doodgaan groot.

De jaarlijkse groei van het aantal Przewalski-paarden is tot nu toe nog erg beïnvloed geweest door de importen vanuit Nederland. Toch is er vertrouwen, dat de bevolking ook zonder deze importen jaarlijks zal groeien met ongeveer 10%.

Heel belangrijk bij deze toekomstverwachting is de leeftijdsopbouw van de Przewalski-bevolking. De helft van de paarden is jonger dan vijf jaar. Dat deel van de bevolking dat daadwerkelijk aan de voortplanting deelneemt is groot geworden. Het aantal merries in de vruchtbare leeftijd van 3 jaar en ouder is opgelopen tot 48. Dat betekent dat het aantal veulens in de komende jaren zal toenemen.

Van "vergrijzing" van de populatie met een toenemende kans op sterfte is geen sprake. Slechts 15% van de Przewalski-paarden is ouder dan 10 en jonger dan 16 jaar. Merries uit deze leeftijdsgroep kunnen nog veulens krijgen, maar niet meer zo vaak als jongere merries.

Op basis van het aantal hengsten en merries in de verschillende leeftijdsklassen, en de gemiddelde geboorte- en sterftepercentages in die klassen hebben we berekend, dat er in 2003 ongeveer 150 Przewalski-paarden in Hustai Nationaal Park zouden kunnen zijn. Het is verheugend dat dit ook zo is. De leeftijdsopbouw van deze populatie is evenwichtig en er is een evenredige verdeling van hengsten en merries. Dat geeft vertrouwen voor de nabije toekomst en het leek de Stichting alleszins gerechtvaardigd om de transporten vanuit Nederland te stoppen.

Het is te hopen, dat deze toename van 10% per jaar zich nog een tiental jaren zal voortzetten. Wanneer het aantal Przewalski-paarden tot 500 is toegenomen en als de bescherming van het park gegarandeerd blijft, dan is hun toekomst in Hustai Nationaal Park pas echt zeker geworden. Het doel van het herintroductieprogramma in Hustain Nuruu is dan bereikt. De Stichting zal haar activiteiten vanaf dat moment vooral richten op het duurzame behoud van deze deelpopulatie in Hustai Nationaal Park.