Stichting het Kronendak 

De Stichting Het Kronendak stelt voor:

HET KRONENDAK VAN HET TROPISCHE REGENWOUD

Om te beginnen…
Het dak en de vloer
Werken in het kronendak
Hoezo, werken in het kronendak?
Hoe dan, werken in het kronendak?
Wat moet er gebeuren in het kronendak?
Geheimen van het kronendak?
Stichting Het Kronendak
Het kronendak als symbool

 

Om te beginnen…

Tropische regenwouden groeien in een gordel rond de evenaar. Daar zijn evenmin koude seizoenen als droge tijden. Het regent het hele jaar door, soms meer, soms minder. Volop hitte en volop water maken dat voedingsstoffen uit de bodem worden gewassen. Ze lekken weg naar diepe bodemlagen of spoelen door kreken en rivieren naar zee. De bossen ontvangen dus ruim licht en vocht, maar er zijn strenge biologische kringlopen om de schaarse voedingsmiddelen te bewaren.

In minder dan een paar uur zijn de meeste voedingsmiddelen uit dode dieren en planten al opgenomen door bacteriën en andere microscopische schepselen. Sommige worden opgegeten en zo dienen ze als voeding voor dieren. Andere zetten voedingsstoffen om en brengen ze naar de wortels van groene planten. Ketens van planten en dieren geven voedingsstoffen aan elkaar door, zoals brandweerlieden emmers water. Dat is het geheim van een gezond regenwoud in zo'n voedselarm milieu.

Plaatselijke bewoners oogsten hun voedsel van diezelfde bodems. Zij snappen al sinds mensenheugenis wat kringlopen zijn. Tropische landbouw werd duurzaam bedreven sinds duizenden jaren, bij voorbeeld in Mexico, Indonesië of Ethiopië. Ongerepte tropische regenwouden kunnen voedsel voor zo'n twee of drie mensen per vierkante kilometer opbrengen. Grotere groepen mensen kunnen alleen blijven leven door bossen om te vormen in akkers, dorpstuinen of dorpsbossen. Tot op heden bootsen succesvolle tropische landbouwcycli nog steeds de kringlopen en de biologische verscheidenheid na van de oorspronkelijke bossen.

 top

Het dak en de vloer

Bossen leven niet eeuwig. Alle bossen worden geboren en sterven, ook zonder dat de mensen ze daarbij een handje helpen. Vuur, aardbevingen, storm, overstromingen, of vulkanisch gifgas ruimen bos op. Op de lege plaatsen worden weer jonge stukjes bos geboren. Die groeien op en lijken op de oude stukjes, maar niet precies hetzelfde, zomin als moeder en kind precies hetzelfde zijn. Toch moeten alle stukjes bos hetzelfde soort milieu het hoofd bieden. Hun wortels zitten in de grond en verschaffen water en voeding. Hun kronen steken ver omhoog in de lucht temidden van licht, zuurstof en koolzuur.

Wortelruimten en de ruimten van bladeren en bloemen krioelen van leven. Wortels groeien tussen bacteriën, schimmels, insecten, wormen en andere wezens, soms in nauw onderling verband. Wortels in samenleving met micro-organismen absorberen water en zetten voedingsstoffen om. Velen daarvan worden na opname ingebouwd in stikstofrijke producten, zoals vitaminen, eiwitten en hun bouwstenen, aminozuren. Kortom, stikstofproducten stijgen op in het hout, van de wortels naar de boomkronen.

Bomen, maar ook andere groene planten hebben bladeren en bloemen. Lianen klimmen met soepele stengels tegen of rondom boomstammen en -takken, en tillen zo hun bladeren omhoog naar de zonneschijn. Epifyten groeien op boomtakken en boomstammen. Het zijn geen parasieten want ze brengen hun gastheer geen schade toe. Voorbeelden van epifyten in tropisch Amerika zijn bromeliaceeën, orchideeën en philodendrons. Hertshoornvarens zijn Afrikaanse epifyten en in Azië komen epifyten voor waarin mieren huizen. De folder toont epifytengemeenschappen, gefotografeerd op Trinidad, het Eiland in de Zon van Harry Belafonte.

Samen bouwen al die planten het kronendak van een tropisch regenwoud. Stammen en takken zijn als het ware de balken en spanten van het dak. Bladeren en kleinere planten vormen de dakpannen. Groene bladeren vangen licht op en fabriceren met die energie suikers uit koolzuurgas in de lucht. De suikers dalen af naar de wortels met de sapstroom in de bast. Kortom, koolstofproducten gaan van de kroon, door de bast, naar de wortels.

Als er nu veel regen valt, gaat er teveel sap omhoog vanuit de wortels. Daarvan wordt een deel uitgezweet door de bladeren. Eiwitten en vitaminen komen zo niet binnenin, maar buitenop de bladeren terecht. Daarop komen bacteriën af. Na de eerste kolonies bacteriën verschijnen andere organismen in dit milieu, elke keer dat het regent. Schimmels, wieren, en tenslotte mosjes en varentjes groeien vrolijk op het oude blad uit Colombiaans regenwoud, zoals afgebeeld in de folder. Uiteindelijk sterft zo'n blad, en als het valt komen ook al zijn lifters op de bosbodem terecht en worden op hun beurt weer omgezet in voedingsstoffen.

Als er veel zon is, worden er in de bladeren teveel suikers gevormd voor de wortels beneden. Het stroperige sap in de bast wordt deels door de wortels uitgezweten, zodat de suikers niet binnenin maar buitenop de wortels terechtkomen. Daarop komen bacteriën, schimmels, wormpjes en insecten af. De schimmels betalen de groene planten terug door eiwitten en andere stikstofproducten voor ze te maken. Ze geven eiwitten voor suikers, aminozuren voor stroop.

Mejuffrouw dr. Jakoba Ruinen was de eerste die deze processen ontdekte en in 1953 beschreef als een samenhangende kringloop van microscopisch leven. De wortelzone en zijn ondergrondse levensgemeenschap waren al eerder bestudeerd en werden sindsdien steeds beter bekend. De processen in de boomtoppen waren echter minder goed onderzocht. Dr. Ruinen noemde het raakvlak tussen lucht en bladeren de fyllosfeer, en schreef toentertijd dat dit een wetenschappelijk verwaarloosd milieu was. Dat is het nu nog.

De vloer van de bossen begint aardig bekend te raken, maar het dak of groene gewelf nog lang niet.

 top

Werken in het kronendak

De tekening toont hulpmiddelen die in de laatste halve eeuw stap voor stap ontwikkeld zijn om het kronendak van tropische regenwouden te bereiken. De Franse professor Paulian bouwde in 1946 de eerste toren om in het Banco-bos in Ivoorkust bij de kronen van de woudreuzen te komen en daar waarnemingen en metingen te verrichten. Een toren is smal en bestrijkt dus maar een klein stukje kronendak. Vele torens en meer dan 20 jaar later bouwden Britse en Duitse onderzoekers loopbruggen van boomkroon tot boomkroon. Er zijn er nu heel wat, sommige ook voor toeristen, bij voorbeeld in Sarawak, Brunei, Peru of Costa Rica.

Letterlijk het volgende kunst- en vliegwerk waren, in de jaren '70, een met waterstofgas gevulde, sigaarvormige kabelballon met een polaroid-camera eronder, gemaakt door de Franse familie Hladik in Gabon, en het ultra-lichte fotovliegtuig van de Nederlander Vooren in Ivoorkust. De Amerikaanse botanicus Scott Mori klom rond die tijd met een klimuitrusting van speleologen in hoge oerwoudbomen in Frans Guyana, en bleef daar menig nachtje slapen in het begin van de jaren '80. In Noord-Amerika klom in die jaren de botanica Nalini Nadkarni in hoge bomen om planten te onderzoeken die erop groeien, in de merkwaardige humus die daar geleidelijk is opgehoopt.

Kort daarna ontwierp de Franse professor Hallé, samen met een architect en een ballonvaarder een prachtig stuk gereedschap voor verkenning en bemonstering van kronendaken. Het kronendakvlot, een platform van rond 600 m2 oppervlak, wordt op het kronendak neergelaten door een reusachtige ballon. Betaald door Japanners en in Engeland gebouwd, is het een combinatie van een montgolfière ofwel heteluchtballon, en een zeppelin ofwel een sigaarvormige ballon aangedreven door een propellor. De inhoud is een ongelofelijke 7.000 m3 hetelucht (figuur 4).

brug Vandaag de dag is de toegang tot het kronendak geen werkelijk probleem meer. Er zijn reuzenmachines zoals de gigantische kraan van de Oostenrijkse professor Morawetz, waarmee cabines boven over het kronendak worden verplaatst, erin neergelaten en weer opgehaald. Er zijn Amerikaanse 'kronendaktrams' aan kabels over en door het kronendak, zoals de televisiecamera's boven baseball-stadions. Het assortiment werktuigen om kronendaken te bereiken en te bereizen heeft in minder dan een halve eeuw een reuze verscheidenheid bereikt, zoals de batyscaafs en andere diepzeevoertuigen tussen 1900 en 1950.

Als je van beneden naar het kronendak omhoog klimt is het alsof je door een luik uit een huis op het dak klautert. Daarboven is er een andere wereld. In tropische regenwouden kom je uit de vochtige, kelderachtige halfschaduw onder de bomen in de tuin van onze planeet. De lucht is droog, de zon brandt op je hoofd. In de droge tijd staan vele bomen, lianen en epifyten uitbundig in bloei, omringd door wolken insecten en vogeltjes die de bloemen bestuiven in ruil voor honing. Een veelstemmig concert van dierengezang en -kreten vormt de geluidsband bij het ongelofelijke schouwspel. De rijkdom van de tuin is verbluffend, zoals hij zich uitspreid over de groene golven van de boomkruinen, gescheiden door diepe troggen waar bomen gevallen zijn en jong bos groeit.

 top

Hoezo, werken in het kronendak?

Het kronendak is als de Hof van Eden. In het Paradijs, geloven velen, behoort men niet te werken. Pas na hun verbanning uit de Hof van Eden werden Adam en Eva namelijk vanwege hun zonde veroordeeld om te werken en "…in het zweet huns aanschijns hun brood te eten". Waarom moeten wij dan zo nodig werken in het kronendak, in plaats van het alleen maar te bewonderen? Op die vraag bestaat geen makkelijk antwoord. De huidige menselijke samenleving verkiest het inderdaad om bos opte vreten in plaats van eten uit het bos te halen op een nette manier. Om totaal wegvreten van de bossen te voorkomen moeten wij aan het werk. Grote, grommende machines staan immers klaar om de bossen te ruimen en ze om te zetten in stapels geschilde stammen en uitgestrekte plantages en akkers. Maar is dat nu echt zo slecht?

Aan de ene kant is het inderdaad níet slecht. Als je een bevolking van meer dan twee of drie mensen per km2 wilt voeden moet je, zoals we al zagen, bos omvormen. Het is dus niet slecht om bossen te veranderen in landschappen die vele mensen in leven houden, als je dat maar doet met liefde en respect voor bossen, of tenminste in het besef dat het op duurzame wijze moet gebeuren. De levens van mensen opofferen omwille van het bos gaat echt te ver.

Maar aan de andere kant is het ruimen van bossen wèl erg slecht. Bossen worden al te vaak alleen maar gezien als spaarpot om in slechte tijden hout te verkopen, of als hobby van rijke en machtige lieden die er jagen of wandelen. Bossen en bomen worden op een goedkoopje gekapt, zonder besef van hun ingewikkeldheid en soortenrijkdom, zonder bewustzijn van hun eerbiedwaardige levensduur die de onze ver overtreft. De grootste massa, hout, wordt goedkoop uitgebuit en duur verkocht, als ware het bos een houtmijn. En dat is inderdaad heel erg slecht. Het is alsof je de tak afzaagt waarop je zit, want weg is weg, ook als mensen later bossen nodig hebben. Het bos totaal opofferen aan de mensen gaat echt te ver, want het is niet nodig.

 top

Hoe dan, werken in het kronendak?

Kronendakwerk is het tegendeel van monocultuur, organische mijnbouw of massaproductie. In het kronendak is er geen enkel product zo overvloedig, dat het genoeg oplevert om met grote, domme machines te oogsten. Daarentegen zijn er vele fijne, dure producten, die in tegenstelling tot massaproducten kieskeurig en voorzichtig moeten worden geoogst met kleine, slimme machientjes. Tot een jaar of tien geleden kon je die optie niet erg realistisch noemen, wegens onvoldoende kennis over die producten en te weinig verfijnde gereedschappen.

Dat is vandaag de dag anders. De verwerving en verwerking van veel gegevens is goedkoop geworden. Zo kunnen er snel grote banken met gegevens worden opgezet waarin is opgeslagen wat we weten over het kronendak, zijn architectuur en zijn planten en dieren. Die gegevens kunnen in de computer worden bijgehouden tot bijna "vandaag", als iedereen maar meteen rapporteert. Een goed voorbeeld daarvan is het werk van de Stichting Bioproca. Verder kan al met een kleine chip veel gereedschap slim gemaakt worden, zoals de moderne creditcard bewijst. Een werktuig kan bijvoorbeeld via een voeler leren herkennen wat er geoogst moet worden en de rest met rust laten. Wat een verschil met de grote, domme motorzaag!

Verder is constructiemateriaal veel beter en goedkoper geworden. Kijk maar eens naar zoiets banaals als de vermenigvuldiging van het aantal modellen schroeven en schroefjes, de laatste tien jaar. Het is nu mogelijk om goedkoop en veilig een hele infrastructuur in het kronendak aan te leggen. Dat kan natuurlijk helemaal met nieuwe materialen zoals verbeterde glasvezels en metalen, maar het kan ook door natuurlijke materialen uit het bos op een veilige manier te verbinden en te ondersteunen. Het laat zich aanzien dat voor de prijs van één tractor een aantal kilometers veilige kronendakpaden kan worden aangelegd.

Tenslotte kunnen gegevens over de kronendaken ontleend worden aan satellietbeelden. Het kronendak is toch het eerste wat je waarneemt van bovenaf. Langzamerhand komt er computerprogrammatuur beschikbaar waarmee deze beelden worden verklaard. Zo schreef de Fransman Birnbaum in 1997 een proefschrift over het uitrekenen, herkennen en verklaren van de kronen en de gaten in het kronendak. Hij kan daarmee ook inschatten wat erin en eronder leeft aan planten en dieren. Zo kunnen er met satellietbeelden van het kronendak preciese schattingen gemaakt worden van de bovengrondse biomassa en het houtvolume van het onderstaande bos. Deze unieke technologie, door Privateers NV voor een bos in Maleisië in 1998 wetenschappelijk beschreven, bevestigt de fysieke realiteit van eerder ontwikkelde bosarchitectuurmodellen (download dit artikel; bestandsgrootte 2.9 Mb).

 top

Wat moet er gebeuren in het kronendak?

In zekere zin moet er nu juist niets gebeuren. Het is namelijk zo, dat het kronendak moet blijven bestaan zoals het is, juist als je het wilt gebruiken. Een van de geheimen van werk in het kronendak is, dat het nu net moet worden beschermd en behouden als je er wilt werken. Om het kronendak te bewaren moet ook het bos bewaard worden. In een bos met actief kronendakbeheer mag dus alleen hout gekapt worden op de manier waarop oudere bomen toch al van nature dood gaan, niet meer en niet anders.

Omgekeerd moet er juist wèl wat gebeuren. We zagen dat de huidige samenleving de neiging heeft haar bossen op te vreten zonder aan later te denken. Lange jaren trachtte men dat te verhinderen door het instellen van natuurreservaten. Die kosten geld, want ze moeten worden ontworpen, omheind, beheerd en bewaakt. Maar zo'n reservaat levert niets op, behalve soms uit toerisme. Zoals de Oegandese expert dr Oneka in zijn proefschrift liet zien, sneuvelen bijna altijd reservaten het eerst bij narigheid - economische crisis, misoogst en honger, oorlog of revolutie. Niemand kan of wil ze meer betalen en ze leveren niets op. Bij het minste teken van onraad blijven ook de toeristen weg. Hoe kunnen reservaten nu wèl iets opleveren zonder aangetast te worden?

Een andere fout uit het verleden was, de bossen te betalen uit houtopbrengst en niets dan de houtopbrengst. Zeer dure bosproducten zoals rubber, koffie, cacao, specerijen of borrelnoten, waarvoor geen boom hoeft te worden geveld, werden daarom aldra door landbouwers buiten het bos, op plantages of boerderijen, geteeld en gingen zo aan de neus van de bosbaas voorbij. Als je wilt weten hoe erg dat was, vergelijk dan eens de prijs van één kilo hout - heel goedkoop - met die van een kilo koffie, cacao, peper of geneesmiddelen - heel duur.

Maar kwijt is kwijt. Het werk in het kronendak zou, behalve op toerisme dat lijkt op toerisme beneden op de grond, gericht moeten zijn op het vermenigvuldigen en telen van hele nieuwe gewassen, en wel zo klein en waardevol mogelijk. Mini-orchideetjes of iets grotere, of bromelia's, of al die fantastische aronskelken uit de familie van filodendron en gatenplant (Monstera deliciosa) zijn veel waard als sierplanten. Bijen kunnen oerwoudhoning maken. In de fyllosfeergemeenschap groeien allerlei heel kleine plantjes en diertjes, zoals korstmossen waarvan men weet dat ze dure verfstoffen en geneeskrachtige substanties bevatten. Ook zitten daar nu juist stikstof-bindende bacteriën waaraan waarschijnlijk de landbouw behoefte heeft.

Het is een wonderlijke, inspirerende, zeer rijke wereld daar. Hij ligt voor ons als een horen des overvloeds. We kunnen er iets doen met de werktuigen van nu. We zagen dat er ook werk te doen is zonder het bosmilieu te vernietigen. Wat is er nog nodig?

 top

Geheimen van het kronendak

Het kronendak is net zo'n geheimzinnig milieu als de diepzee. Weliswaar heerst er fel licht en is het er meestal droog, tegenover het natte duister onderin de oceanen. Maar in beide gevallen toont het leven er sterke staaltjes van aanpassing en samenwerking. Niets is rechttoe-rechtaan. Alles staat met alles in verbinding. Een voorbeeld is het krioelende leven rond de familieleden van de bromelia in de amerikaanse tropen.

Dat zijn planten die in overvloed op takken groeien, zoals de foto op de folder laat zien. Dikke bladeren zitten in een spiraal rond een korte dikke steel. Hun wortels halen uit humus en rottende bast op de takken voedsel en water. De leerachtige bladeren beperken de transpiratie, dus het waterverlies. Verder vormen de bladscheden bij veel bromeliaceënsoorten kommetjes, waarin regenwater wordt verzameld als reserve voor droge tijden. Bromeliaceeën bouwen allerlei knappe varianten op dat thema, met smalle of brede bladeren, met grote of kleine bloeitrossen, en met een verschillende kennissenkring onder de andere planten en dieren van het kronendak.

In de droge delen van de planten huizen mieren, die allerlei stoffen transporteren naar andere planten, of naar bomen. In een mierennest zit heel wat energie en massa. Erop groeien weer andere planten, zoals kleine familieleden van de zwarte peper, Piper nigrum in het botanisch latijn. De mieren verspreiden waarschijnlijk de minieme zaadjes van de peper-verwanten. Zwarte peper is trouwens een strak tegen stammen omhoog kruipende liaan uit de Aziatische bossen, die veel landbouwers met peper-plantages rijk maakte. De kleine piperaceeën uit de amerikaanse tropen bevatten volksmedicijnen. De boslandcreolen wrijven hun bladeren fijn in heet badwater als ze zich moe voelen. Vermoeidheid kenmerkt allerlei lelijke ziekten, dus het is de moeite waard om dat eens na te gaan.

In de waterbekkens in de bladscheden van bromeliaceeën leggen muggen en vliegjes hun eieren. De larven zijn een rijke voedselbron voor de daar levende padjes en kikkertjes. Boomslangen verschalken graag een kikkerbilletje. De resterende larven worden weer muggen of steekvliegjes op zoek naar voedsel. Lichaamswarmte of zweetgeur van apen wijzen op een zelfbediening waar bloed wordt geserveerd "uit de levende muur". Tijdens het bloedzuigen worden de insecten besmet met nog kleinere organismen, zoals de ziektekiemen van malaria, gele koorts, of de vreselijke ziekte van Leishman, pas sinds kort echt te genezen, waarbij diepe putten in de huid rotten, die levenslange littekens achterlaten. Vogels in het kronendak zijn ook tussengastheren voor ziekten, zoals arbovirosen, "door insecten overgedragen virusziekten".

Dikkere boomslangen verslinden wel eens een apenjong of jonge vogel. Apen, vogels en eekhoorns leven weer van vruchten en bladeren. Dat werd heel precies bestudeerd door onderzoekers als Van Roosmalen in tropisch Amerika, en de Franse familie Hladik ook in Afrika en Azië. Alleen al de eetbare bladeren zijn een magazijn vol biochemische stoffen: suikers, vitaminen, vezel-cellulose, plantaardige vetten en bijzondere producten. Zo zit in papayabladeren een stof die vlees mals maakt.

Al die dieren en planten en al hun connecties, hierboven zo maar even beschreven, vormen maar een klein deeltje van het totale web van leven dat tropisch woud heet. Onderzoekers van het British Museum vonden een manier om alle insecten uit de kroon van één woudreus in Amazonia te vangen, te benoemen en te tellen. Dat bracht de schatting van het totale soortental in tropische bossen van drie naar vijf of zes miljoen: heel oude soorten, zoals boomsoorten die tienduizenden jaren bestaan, naast jonge, zoals bacteriënsoorten die ontstaan en uitsterven in een paar weken.

Het kronendak is dus ongelofelijk rijk aan geheimen. Duizenden soorten zullen wij nooit kennen, evenmin als miljoenen relaties tussen al die planten en dieren. Echter, er gaan van dit hele geheime netwerk geheime invloeden uit op van alles wat wij nuttig of schadelijk vinden: onze gezondheid, onze voedselgewassen of ons schoonheidsgevoel. Weer stuiten we op een dubbelzinnigheid. Het bos is zowel veilig als gevaarlijk, zowel mooi als lelijk en zowel scheutig als gierig.

Gelukkig is dat netwerk van die duizenden verweven soorten geen rommeltje. We zagen al in het begin hoe de bomen het hoofdskelet van het bos vormen, hun takken de balken en spanten waar andere organismen leven. Op en met die anderen leeft weer van alles, steeds kleiner, maar steeds samen in groepjes. Dat kan systematisch worden beschreven en begrepen, vooral nu we daarvoor computers hebben. Met behulp van onze instrumenten kunnen wij er nu genoeg van begrijpen om de groei van kleine nuttige planten en dieren te bevorderen zonder het netwerk te schaden.

Met andere woorden, het tropische bosbeheer staat met het kronendakbeheer voor een omwenteling. Met de nieuwe middelen kunnen er meer kronendakgeheimen worden opgelost dan ooit tevoren. Het economische geheim is, dat het beste bosproduct zo klein mogelijk is, met zo groot mogelijke marktwaarde. Zo is vandaag de dag een high-tech bosbouw haalbaar geworden die het stoere werk met hout van de eerste plaats stoot. Het tropische woud kan inderdaad een horen des overvloeds zijn, ook in praktische zin, als wij maar willen.

 top

Stichting Het Kronendak

De Stichting Het Kronendak werd in october 1989 opgericht in samenhang met de eerste campagne van de Heartopia, het kronendakvlot met de sigaarvormige ballon, in Frans Guyana. Bij de ontwikkeling van die Franse ballons was de huidige voorzitter van nabij betrokken geweest. In samenwerking met een gedreven natuurbeschermer, een zooloog en een milieudeskundige, werd besloten een stichting op te richten ter bevordering van het benodigde wetenschappelijk kronendakonderzoek en het gebruik hiervan voor de vernieuwing en verduurzaming van het bosbeheer in de tropen.

Dat zijn nog steeds de doelstellingen. Sedert de oprichting zijn talrijke studies verricht en gepubliceerd, die door de Stichting gesteund of gefinancierd werden. De stichting speelde na de milieuconferentie UNCED in 1992 een actieve rol in het ontwerpen van "kronendakboerderijen". In 1996 werd de Kring van Internationale Kronendakboeren (K.I.K. - Engels/Frans C.I.C.) opgericht, waarvan voorzitter dr. Vester, via een beurs van de Stichting promoveerde. Hij werkt thans in Mexico, waar het idee is opgepakt. Er is daar thans een experimentele kronendak-farm voor sierteelt van bromeliaceeën.

Rond 1992 waren medewerkers van Staatsbosbeheer aanwezig in Ouwehands Dierenpark, bij een lezing over het kronendak. Dat het idee zijn weg vond wordt bewezen door het huidige bestaan van het toeristische kronendakpad in Drenthe.

In 1995 deed mej. dr. Ruinen haar intrede als adviseur en donateur van de Stichting. Ondanks haar hoge leeftijd wist zij haarscherp het belang van de fyllosfeer en de noodzaak van onderzoek daarnaar uit te leggen. Zij maakte het bestuur enthousiast. Na haar overlijden in 1996 richtte de stichting het Mej.dr.Jakoba Ruinenfonds op, als trustfund ter bevordering van het fyllosfeeronderzoek in het kronendak.

Een bijzondere manier van onderzoek is de experimentele studie van "een fragment kronendak onder glas". Een project onder die naam was vanaf het begin een plannetje van de Stichting. Aanvankelijk zou dit op zo grote schaal gebeuren, dat bomen tot 35 meter zouden kunnen opgroeien. Dat kon technisch niet. Sedert 1997 worden nu proeven op kleinere schaal voorbereid. Zulk onderzoek is omstreden, omdat het kronendak zo geweldige ingewikkeld is. Dat kàn men helemaal niet namaken onder glas, zelfs niet ten dele, zeggen sommigen. Ook als dat zo is kunnen wij van het pogen veel leren.

De financiering van alle activiteiten van de Stichting Het Kronendak kwam sedert de oprichting uit particuliere bronnen, zowel fondsen als personen. Het tienjarig bestaan van de Stichting in 1999 zal worden gevierd met een aantal activiteiten, zowel op het gebied van wetenschappelijke onderzoeksprojecten als terzake van de toepassing van de resultaten voor duurzaam gebruik van tropische regenbossen en voor educatie aangaande het kronendak zelf. Een universitair onderwijsproject staat specifiek op het jubileumprogramma. De steun van nieuwe donateurs en sponsors is dus vanzelfsprekend onontbeerlijk.

 top

Het kronendak als symbool

Er wordt veel gepraat over biodiversiteit, over biocomplexiteit en over duurzaamheid. Het kronendak van het tropische regenwoud staat daarvoor in alle opzichten model. Kunnen wij in dit buitengewoon rijke natuurlijke systeem een respectvolle, kennis-intensieve en goed renderende manier van beheer ontwerpen en uitvoeren, dan is een kwantumsprong gemaakt naar een hoger niveau van die aloude menselijke activiteit, de Landbouw met een grote L.

Ook wordt er veel gesproken over de armoede in de wereld, in het bijzonder de tropische wereld, als oorzaak van de teloorgang van de tropische regenwouden. Ook dit probleem wordt weerspiegeld in het kronendak, een milieu dat tot nu toe niet voor de dorpslandbouw open stond. De combinatie van een grote diversiteit aan kleine producten met een hoge marktwaarde, zelfs in hoeveelheden die een individuele boer kan telen en verkopen, staat symbool voor menswaardige oplossingen voor ernstige menselijke en ecologische problemen in alle vormen van gangbaar landgebruik.

Dan is het Kronendak een krachtig symbool van de grootste uitdagingen voor de menselijke geest. Samen met de menselijke hersens en de koraalriffen zijn kronendaken de ingewikkeldste en moeilijkste levende systemen om te begrijpen. Alleen al hun bestudering zal de ontwikkeling en vorming van de menselijke geest ten goede komen.

In de visie van de stichting is dat een lichtend beeld, dat jong talent kan inspireren tot het bewerken en behouden van de wereld, ten dienste van een beter samengaan van mens en natuur in de eenentwintigste eeuw.

 top
Steun | Contact | Inleiding | Publicaties | Mr. Thurkow Prijs | Mej. dr Jakoba Ruinen Leerstoel |

Introduction  | Canopy Farming ©  | Remarkable plants @ Amazonat  | Medicinal plants of the canopy (Peru)